Esther Draijer stond de afgelopen weken vooral bekend als ‘de vrouw van’. Man Aart deed mee aan Parijs-Dakar, stond regelmatig in de krant, haalde de finish en zamelde zo met zijn ploeggenoten 22.000 euro in voor een zonnepanelenproject in Gambia. Nu is het tijd voor de nummer 2 op kieslijst van PRO om haar plekje in de schijnwerpers op te eisen als ze straks een zetel in de gemeenteraad krijgt.

Vertel eens, hoe reageerde jij toen je als nieuwkomer hoorde dat de kandidatencommissie jou op plek 2 van de kieslijst had geplaatst?
‘Holy shit! Dat was de eerste reactie. Ik was vereerd, blij, trots, maar ook geschokt en ik realiseerde mij instinctief dat er een grote verantwoordelijkheid op mijn schouders rustte. Uiteindelijk overheerste de blijdschap, maar wel vermengd met onrust.’

Wat denk je dat de kandidatencommissie ertoe heeft bewogen om een nieuwkomer zo hoog op de lijst te plaatsen? Wat zijn met andere woorden jouw kwaliteiten?
‘Ik ben nu in de omstandigheid dat ik veel tijd kan besteden aan het raadswerk. Dat is een pluspunt, maar ik denk dat de daadwerkelijke motivatie van de kandidatencommissie heeft gelegen in mijn ambitie en kennis. Ik heb de ambitie om samen met PRO oplossingen te zoeken voor de grote veranderingen waar onze gemeente mee te maken krijgt. Mijn kennis, als voormalig manager in de geestelijke gezondheidszorg, komt daarbij goed van pas.’

Dat zegt iedereen: ik heb kennis… Maar werken in de zorg is iets heel anders dan beleid uitstippelen voor een van de grootste veranderingen in de gemeentepolitiek: de overheveling van taken op het gebied van zorg, werk en inkomen van de Rijksoverheid naar gemeenten.
‘Dat klopt, maar als leidinggevende in de zorg heb ik de laatste drie jaar van mijn werk veel te maken gehad met de overheveling van taken uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) naar gemeenten. Geloof me, vanuit de praktijkkant leer je veel over de manier waarop dergelijke processen worden ingericht. Daarnaast lijkt het soms zo simpel: de Rijksoverheid voert nu een taak uit en de gemeente gaat diezelfde taken straks uitvoeren. Maar de werkelijkheid is veel complexer. Afgezien van het feit dat gemeenten de taken op het gebied van zorg, werk en inkomen voor veel minder geld moeten uitvoeren, gaat het hier om de meest kwetsbare mensen en kinderen in onze samenleving. Een ouder met geestelijke gezondheidsproblemen, gaat niet alleen over die ouder. Vaak gaat het om een heel gezin dat wordt getroffen en waar problemen zich opstapelen. Het gaat dus om een heel netwerk van instanties die zich met een gezin bezighouden omdat één ouder problemen heeft. Dat is nogal een uitdaging voor gemeenten om verantwoordelijk voor te zijn. En het helpt als je vanuit de praktijk inzicht hebt in de enorme opgaven waar gemeenten straks voor verantwoordelijk zijn.’

Ok, daarmee heeft PRO misschien ervaring binnen gehaald met jou op nummer twee. Maar waarom deze partij en geen andere?
‘Bij de laatste reorganisatie bij mijn oude werkgever heb ik de keuze gemaakt om te vertrekken. De tijd die vrij kwam werd opgeslokt door mijn gezin en vrijwilligerswerk. Al tijdens mijn werk had ik mij bedacht, dat ik de kans wilde pakken om mij binnen de gemeentepolitiek in te zetten voor de zorgtaken waar de gemeente straks verantwoordelijk voor is. Die kans kreeg ik toen ik hoorde van PRO. Mijn gevoel vertelde me dat ik hier bij wilde horen, omdat de hele visie van PRO zo doordrenkt is van anticiperen op de toekomst en dat mis ik erg in de politiek: een stuk visie. Heel veel verkiezingsprogramma’s gaan over ‘klein leed’: willen we het zwembad en de bied open houden, gaan we voor een nieuw bedrijventerrein of niet? Belangrijk, maar in verkiezingstijd wil iedereen het zwembad en de bieb behouden en natuur verkiezen boven een nieuw bedrijventerrein. Het zegt echter niets over het ‘hoe’? Hoe houden we onze voorzieningen in stand en dat is breder dan het zwembad. En hoe kijken we als gemeente aan tegen banen, ondernemerschap en bedrijvigheid? En voor mij persoonlijk: hoe gaan we om met de enorme taken op het gebied van zorg, werk en inkomen voor al die kwetsbare mensen en hun partners, ouders, mantelzorgers, buren en vrienden, waar deze gemeente straks verantwoordelijk voor is.’