Ilse van der Poel is al vijf jaar raadslid in Kaag en Braassem geweest. Vijf lange jaren zegt ze zelf. ‘Als persvoorlichter bij Greenpeace houd ik mij met heel veel onderwerpen bezig: van politiek, tot kernenergie en van windmolens tot de Noordpool. Voor al die onderwerpen hebben we inhoudelijke experts in huis, maar ik moet mij als persvoorlichter beperken tot de hoofdlijnen. Dat is wat ik erg mis in de gemeenteraad: het debat op hoofdlijnen kunnen voeren. Komen tot de kern van een onderwerp en daar wezenlijke keuzes in maken.’

Je bedoelt te zeggen dat er veel wordt geluld en weinig gepoetst?
‘Nou… We hebben volgens mij de afgelopen vijf jaar wel slagen gemaakt, vooruitgang geboekt, maar ook héél veel onnodig vergaderd. Kijk, de kern van een besluit is meestal samen te vatten in twee elementen: wat kost het en wat is het maatschappelijk effect, dus wat betekent het voor inwoners. Als je je tot die twee zaken beperkt, zijn besluiten soms lastig, maar wel overzichtelijk.’

Wees eens concreet…
‘Stel de gemeente wil een nieuwe weg aan leggen. Als raadslid weet je dat het X euro kost om de weg aan te leggen. Dan gaat de discussie in de raad vervolgens over het type asfalt waarvoor is gekozen. Dat is niet relevant. Je kunt hoogstens vragen of er geen goedkoper asfalt beschikbaar is omdat je de kosten te hoog vindt, maar of het type x, y of z moet worden, doet niet ter zake. Mensen met verstand van asfalt hebben op basis van veiligheidsoverwegingen, risico’s en kosten een keuze gemaakt. Voor een raadslid zijn de wezenlijke vragen: wil je de weg of niet en vind je de voorgestelde kosten acceptabel of niet.’

Onnodig veel vergaderen en toch ga jij als nummer vier op de kieslijst van PRO op voor een tweede termijn. Waarom?
‘Eerlijk is eerlijk: 2,5 jaar geleden zei ik dat ik zou stoppen. Ik vond en vind dat de gemeenteraad niet goed georganiseerd is. Mijn grootste frustratie waren de onnodig lange vergaderingen, maar dat heeft ook iets te maken met de manier waarop we in gemeenteland besluiten nemen: de gemeente kookt iets voor en vervolgens moet de gemeenteraad er iets van vinden. Dat klopt niet. Als je besluiten neemt die op draagvlak in de samenleving kunnen rekenen, is een discussie in de raad praktisch overbodig. De inwoners, jouw kiezers, hebben immers al een besluit genomen. Je zit voor hen in die gemeenteraad, dus laat ze vooral ook zelf meedenken. Door daarover te praten, te brainstormen en een beetje te filosoferen is de missie en visie van PRO ontstaan en daar krijg ik wel degelijk energie van. Ik realiseer me dat we onszelf voor een pittige opdracht hebben gesteld: het gemeentelijk besluitvormingsproces veranderen, maar ik geloof erin en daar wil ik graag aan meewerken. Hopelijk zien de inwoners ook dat we het anders willen doen. Beter!’

Maar als gemeenteraadslid krijg je toch alleen hoon van de gemeenschap over je heen?
‘Je doet het niet snel goed, dat is waar. Maar ook van alle kritieken leer je en je moet een beetje leren om daarmee om te gaan. Ik vind het nog steeds wel eens moeilijk, omdat je het graag voor iedereen goed wilt doen. Mijn belangrijkste les is geweest om te accepteren dat je nooit iedereen tevreden kunt stellen en dat zal ook altijd zo blijven. Mijn verwachting is wel dat we in de toekomst beter in staat zijn om méér mensen te betrekken bij besluiten en dus op meer draagvlak kunnen rekenen als we de missie van PRO volgen. Bijkomend voordeel is dan dat er ook iets meer nuance ontstaat in discussies in de voetbalkantine of op verjaardagen. Ik heb een hekel aan inhoudsloze kretologie.’