Floris Schoonderwoerd (wethouder in Kaag en Braassem, democratisch vernieuwer en een van de initiatiefnemers van PRO Kaag en Braassem) schreef een stuk over politieke bloedarmoede. PRO kan zich helemaal vinden in de noodzaak om te vernieuwen, om op die manier mensen wél enthousiast te maken voor gemeentepolitiek. Alleen zo kunnen we het onbenutte potentieel benutten in onze dorpen, die bruisen van de betrokken inwoners. Meer betrokkenheid voor een betere democratie. We delen hieronder daarom graag de ingezonden brief van Floris.

Ingezonden brief

Kaag en Braassem, oktober 2021

Politieke bloedarmoede

Als een piep-, piepklein deel van de inwoners de koers van de gemeente bepaalt!

Door: Floris Schoonderwoerd, democratisch vernieuwer

Democratisch vernieuwer

Afgelopen week, tijdens de boekpresentatie van ‘het handboek voor raadsleden’, werd ik aangekondigd als ‘democratisch vernieuwer’. Ik bleek deze geuzennaam te danken te hebben aan mijn betrokkenheid bij Democratic Challenge; de talloze spreekbeurten op congressen- en bij gemeenten in Nederland over het ‘anders formeren’; mijn ervaringsdeskundigheid bij het mee helpen bouwen aan een nieuwe politieke beweging; én als politiek-bestuurlijke grondlegger van de maatschappelijke agenda, die in één klap al het
sectorale beleid in de gemeente verving. Geen praatje uit de boeken, maar het delen van opgedane ervaringen rondom deze thema’s die allen hetzelfde doel dienen: het herstellen van de relatie tussen overheid en haar eigenaar, de inwoners. Dit is leuk om te doen, maar bovenal nodig! Waarom?

Top 10

Nederland staat in de top 10 van de wereld als het gaat om kwaliteit van het onderwijs, gezondheidszorg, economische voorspoed en sociale zekerheid. We leven hier in vrede en veiligheid. Als vanzelf valt er nog genoeg te verbeteren. Toch hebben we het zo ongeveer het best getroffen van de hele wereld. Maar het systeem waar we dat aan te danken hebben, staat op omvallen. Wij hebben de top van deze lijstjes kunnen bereiken door een goed functionerende democratie. Constructieve inwoners die zichzelf eigenaar hebben gevoeld van hun eigen woon- en leefomgeving en verantwoordelijkheid hebben genomen. Mensen met kennis en betrokkenheid stelden zich beschikbaar om hun land of gemeente vooruit te helpen. Dit is de afgelopen tientallen jaren gegaan volgens de gestructureerde lijnen van de traditionele politieke partijen. Hulde daarvoor! Maar dit systeem is ontworpen in de tijd van de ganzenveer. De wereld is snel veranderd. We zijn aanbeland in de tijd van internet, terwijl politieke-bestuurlijke besluitvorming nog altijd plaats heeft op de manier waarop dat ooit is bedacht, in de tijd van de ganzenveer.

Politieke bloedarmoede

Inmiddels is nog slechts 1% van de Nederlandse bevolking lid van een politieke partij. En daarvan is maar zo’n 5% actief. Een klein deel van een nog kleiner deel van onze inwoners bepaalt de koers van ons land en onze gemeenten. Ledenvergaderingen van lokale politieke afdelingen kunnen plaatsvinden bij iemand aan de keukentafel en vaak zijn er dan nog stoelen over. De lokale politiek leidt aan collectieve bloedarmoede. Dit zal de komende weken weer pijnlijk duidelijk worden. Partijen overwegen mee te gaan doen aan de gemeenteraadsverkiezingen en werpen een blik op de ledenlijst. Met alle respect; veel leden zijn de pensioengerechtigde leeftijd al heel lang voorbij. Een handvol leden is sympathiserend lid. Een aantal leden is ooit al eens raadslid geweest. Van nog iemand is het raadslidmaatschap niet te combineren met het dagelijkse werk. Drie of vier van de leden zijn nu al raadslid, waarvan er twee -na bijvoorbeeld 2 perioden- graag het stokje willen overdragen. Dan is er nog een handjevol leden over die gesmeekt worden of ze álsjeblieft op een verkiesbare plaats zouden willen. Geloof me, dit is de gemiddelde staat van een lokale politieke beweging.

Dit gegeven staat in schril contrast met de in de dorpen en wijken aanwezige kennis en betrokkenheid. Onze dorpen bruisen van het initiatief. Heel veel inwoners zijn actief in de plaatselijke vereniging. Pakken hun rol in de wijk. Zitten in ouderraden en hebben prachtige banen in allerlei sectoren, rondom thema’s waar we via onze gemeentebegroting miljoenen over verdelen. Al dit potentieel laten we onbenut.

Elke dag blijkt dat deze betrokken inwoners, die volop kennis bezitten die bruikbaar is, zichzelf inzetten voor de eigen woon- en leefomgeving. Maar ze zijn met geen brok hout het gemeentehuis in te slaan. Onze constructieve inwoners pakken het eigenaarschap niet meer. Langzaam maar zeker maken de inwoners van Nederland -ook in Kaag en Braassem- de beweging van eigenaar van de democratie naar klant van de gemeente. En vaak een ontevreden klant.

Waarom sluit men zich niet aan bij een politieke partij?

• De beschikbare tijd, van deze constructieve inwoners, is beperkt.
• Geen tijd (en zin) om drie avonden per week te vergaderen. Maximaal drie of vier per maand.
• Veel te veel ingewikkeld leeswerk.
• Onleesbare stukken. Te dikke pakken papier.
• “We krijgen geen energie van politieke clubjes die elkaar vliegjes afvangen.”
• “Ze luisteren toch niet”
• “Ik wil graag mijn kennis beschikbaar stellen op die thema’s waar ik veel van weet en energie van krijg, maar wachten tot 21.30 uur totdat er eens iets op de agenda staat waar ik blij van kan worden…mij niet gezien.”
• “De politiek vraagt ons om te komen stemmen, maar de dag na de verkiezingen worden de beloften overboord gegooid en doet men de eigen zin”

Enquête raadsleden

Jaar in jaar uit hebben enquêtes onder raadsleden als uitkomst dat raadsleden het leeuwendeel van de tijd kwijt zijn aan controleren en op de tweede plaats aan kaders stellen. Aan de derde taak, ‘volksvertegenwoordigen’, komt men helemaal niet toe. De wens is om veel meer tijd te kunnen besteden aan volksvertegenwoordigen. Zichtbaar zijn voor de kiezer en kennis nemen van al het moois dat er buiten gaande is. Het zijn van de antenne van de kiezer en dit geluid de gemeentehuizen in brengen. Die wens zou realiteit moeten worden. Raadslid zijn, met veel meer nadruk op volksvertegenwoordigen, in plaats van controleur en vergadertijger.

Verzuiling verdwenen

‘Vroeger’ was Nederland overzichtelijk gestructureerd. De inmiddels verdwenen zuilen hielpen ons hierbij:
• Men was arbeider, had de Volkskrant, was lid van de VARA en de FNV, had een huurwoning of een betaalbare koopwoning. In de vrije tijd zat men in het schoolbestuur of had een volkstuin. Voor deze groep mensen was er de PvdA waar men in groten getale lid van was van waaruit bestuurders werden gerekruteerd waardoor deze grote groep mensen een stem had in het bestuur en men zich vertegenwoordigd voelde.
• Of men was agrariër, lid van de LTO, op zondag steevast met de familie in de kerk. De KRO en NCRV waren de omroepen waar men lid van was. De ledenraad van de Rabobank werd bemenst en als vanzelf was er bovengemiddelde interesse in het waterschap. Vanuit deze zeer grote groep mensen kon het CDA zichzelf enorm goed organiseren en hier talenten uit werven. Een zeer belangrijke groep mensen die altijd veel verantwoordelijkheid voor het bestuur heeft genomen.
• Of een derde uiterste. Men is ondernemer, leest De Telegraaf, is lid van de ondernemers- of middenstandsvereniging. Veelal een koopwoning en de auto als symbool van vrijheid. De
oorspronkelijke, traditionele achterban van de VVD.

Inmiddels is deze verzuilde indeling niet meer te maken. Lopen al deze ‘oorspronkelijke groepen mensen’ dwars door de partijen heen. Er is geen natuurlijke vindplaats meer voor ‘kader’ omdat men niet meer ‘als vanzelf’ lid is van dit soort organisaties.

De verzuiling is grotendeels verdwenen. De VVD schaft de hypotheekrente af. Een kabinet met het CDA erin pakt de landbouw aan. De PvdA werkt mee aan het sluiten van de sociale werkvoorziening. De zuilen zijn niet meer, de bijbehorende traditionele standpunten zijn allang vaarwel gezegd. Echter bleven de gevestigde partijen, met hun verouderde werkvormen en institutionele belangen bestaan. Dit gaat uiteindelijk de bijl aan de wortel van onze levensstandaard zijn. Tijd voor een nieuw contract met de kiezer!

Het aantal mensen dat lid is van een politieke partij is inmiddels op een zorgwekkend niveau. Het systeem waarlangs politiek-bestuurlijke besluitvorming traditioneel is georganiseerd past niet meer in de veranderde wereld van nu. En dat heeft als resultaat dat we ons belangrijkste kapitaal, de constructieve inwoners met kennis van en betrokkenheid bij de eigen leefomgeving, zich niet meer uitgenodigd voelen om zich aan te sluiten bij het politieke midden.

Tegelijk zien we de onvrede toenemen. “De genomen besluiten zijn niet van ons.” “Ze doen maar.” “Ze luisteren niet.” Inwoners zijn van eigenaar van de democratie een ontevreden klant geworden. De politieke flanken adopteren deze onvrede. Extreem links en extreem rechts verwoorden dit ontevreden gevoel en maken daar pr-matig een karikatuur van en spinnen er electoraal garen bij. Het politieke midden (van en voor de constructieve inwoners, die er met elkaar voor hebben gezorgd dat we in de top van alle lijstjes staan) raakt uitgehold en kiest er nog elke dag voor om onder de kaasstolp elkaar de tent uit te vechten en vliegen af te vangen om die één of anderhalve zetel hun kant op te laten rollen, terwijl er gelijktijdig tientallen zetels van het midden naar de flanken verschuiven. De extreme flanken die geen enkele verantwoordelijkheid hebben gehad in onze posities op de lijstjes en ook met geen enkel inhoudelijk voorstel komen wat ons als gemeenschap in zijn totaliteit verder naar voren helpt.

Respect voor het verleden, blik op de toekomst

Het totale politieke midden (constructieve lokale partijen, VVD, CDA, PvdA, D66, Groen Links, CU, etc) mag trots zijn op haar verleden en de behaalde resultaten, maar mag zich tegelijk realiseren dat zijzelf, met elkaar, verantwoordelijk zijn voor de eigen uitholling. We moeten het politieke systeem aanpassen naar de behoefte en bereidheid van onze constructieve inwoners. Onder welke voorwaarden zijn zij wél bereid zichzelf in te zetten? De ledenlijsten zijn leeg. Dat vraagt radicaal ingrijpen. En wel nu. Maar hoe dan?

Wat kan anders en moet beter?

• De tijd die we vragen van lokale bestuurders moet in lijn gebracht worden met de tijd die men bereid is om erin te steken.
• Leeswerk, stukken en gevraagde besluiten moeten geformuleerd worden op een manier zodat deze eenvoudiger tot je te nemen zijn en vooral het gesprek over de politieke verschillen faciliteren.
• De raad kiest een dagelijks bestuur voor de ‘go and concern’ en voert een eigen debat op die thema’s waarover men ook echt van gedachte verschilt (die thema’s waarvoor de kiezer u gekozen heeft).
• Raadsleden verleggen de focus en gaan meer doen wat ze zelf ook graag willen: veel meer volksvertegenwoordigen. Er moeten dus meerdere schuifjes worden verzet. We hebben straks minder beschikbare tijd (met als doel het raadswerk voor mensen toegankelijk te maken) en binnen de minder beschikbare tijd komt er fors meer tijd beschikbaar om zichtbaar en buiten te zijn, met als gevolg dat het kaderstellen en controleren efficiënter georganiseerd moeten worden.

Het is vijf voor twaalf.

Niet waar..? Nou, wel waar. Elke partij, geen enkele uitgezonderd, heeft op lokaal niveau op dit moment de grootst mogelijke moeite om voldoende verkiesbare kandidaten te vinden om mee te kunnen doen met de verkiezingen. Dit komt in hoofdzaak doordat wat we in 2022 vragen van potentiële raadsleden niet meer past bij de wereld die de afgelopen tientallen jaren is veranderd.

De gemeente moet een partner van haar inwoners worden, in plaats van de beleidsbepaler. Besluitvorming moet voorbereid op basis van de politieke verschillen en met het gewenste maatschappelijke effect als belangrijkste thema. Een gemeenteraad die vooral het debat voert over de herkenbare thema’s voor de inwoners en vooral een forse stap terug doet op de ‘go and concern’. Dit vraagt eensgezindheid in de gemeenteraad over de nieuwe spelregels op basis waarvan we ‘het spel spelen’, zoals de manier waarop we tot besluiten komen en zeer kritisch zijn op agendabeheer.

Dit zijn randvoorwaarden om al die constructieve krachten in onze dorpen en steden het stuur weer terug te geven. Uiteindelijk zal het ervaren en nemen van eigenaarschap het enige medicijn zijn tegen chagrijn en ervoor zorgen dat we in de top van alle lijstjes blijven. Dit is niet alleen mijn hobby, als democratisch vernieuwer, maar vooral ook in het belang van de toekomstbestendigheid van het totale politieke midden.

Met vriendelijke groeten,

Floris Schoonderwoerd
Democratisch vernieuwer, thans wethouder in Kaag en Braassem