Kaag en Braassem, 10 januari 2014 – De Provincie Zuid Holland heeft het voornemen om woningbouwmogelijkheden rondom de kleine kernen in Kaag en Braassem aan te scherpen. Daardoor zou het niet langer mogelijk zijn om kleine woningbouwprojecten rondom onder andere Hoogmade, Rijnsaterwoude en Oud Ade te realiseren. Een zeer zorgelijke ontwikkeling, vindt PRO Kaag en Braassem. PRO heeft daarom onderstaande brief naar de leden van Provinciale Staten van Zuid Holland gestuurd.

“Vanuit de Gemeente Kaag en Braassem wil PRO Kaag en Braassem uw speciale aandacht vragen voor een passage uit de Koersnotitie Ruimte en Mobiliteit. Binnenkort bespreek u deze in PS. Een onderdeel van deze kadernotitie is een generieke maatregel: ‘De huidige rode contour om de kernen zal vervallen en daar zal een nieuwe grens worden getrokken. Te weten het bestaande bebouwde gebied.’

Daarmee komt een ‘krimpfolie’ om de bestaande bebouwing heen. Alle kleine uitbreidingsmogelijkheden (vaak zwaar bevochten) die er in kleine kernen nog zijn, komen te vervallen, terwijl deze essentieel zijn om de leefbaarheid (en daarmee de identiteit) te waarborgen en het lokale voorzieningenniveau toekomstbestendig te maken/houden.

Wij begrijpen de noodzaak van hogere overheden om de plancapaciteit te verkleinen gezien de krimp en het voorgeschreven migratiesaldo nul. Wij realiseren ons ook dat er een opdracht voor de provincie ligt om woningbouwontwikkelingen fors te reduceren en tot een reële regionale opgave te komen in relatie tot de landschappelijke Groene Hart kernwaarden die geformuleerd zijn. Wij snappen ook dat daarin keuzes gemaakt moeten worden en dat deze lokaal pijn kunnen doen. De wereld is in verandering en daar moet op bestuurd worden.

Echter, het generiek laten vervallen van de huidige rode contouren, als algemene maatregel, is een onverstandige oplossing. Het is een ingewikkeld vraagstuk waar deze eenvoudige maatregel volstrekt ongeschikt voor is. Het richt onnodige schade aan.

In Kaag en Braassem, maar ook in andere plattelandsgemeenten, tref je veel kernen aan die zichzelf voorzien. In het licht van de decentralisaties een voorbeeld voor veel stedelijke gebieden/wijken.

Zo zitten er substantieel minder inwoners in kostbare regelingen (jeugd, werk en zorg), vraagt men pas in een later stadium door de overheid gefinancierde hulp en verenigingen en accommodaties draaien op vrijwilligers en pakken hun maatschappelijke rol.

De participatiemaatschappij functioneert in deze kernen al jaren, zoals beoogd door het Kabinet. De uitgangspunten ‘Zorg dichtbij’ en ‘Zorg voor elkaar’ zijn hier al jaren actueel. De gewenste eigen kracht, zelfredzaamheid en nóg meer verantwoordelijk voor inwoners in de kern kunnen we prima aan.

Sterker nog: doordat de civil society in deze kernen al beter (zelfvoorzienender) functioneert (minder mensen in individueel gefinancierde trajecten), krijgen onze gemeente (en andere plattelandsgemeenten) een substantieel lagere bijdrage om de decentralisaties vorm te geven (financiering op ervaringsgetallen, historische gegevens). Dat geeft niet. Geen gemeente en geen kern is gelijk. Overheidsgeld moet ingezet daar waar dit het hardste nodig is. Maar vrijheid en ruimte om deze lokale functionerende gemeenschap vorm te kunnen blijven geven is dan wel nodig.

Naar de toekomst toe is het dus van evident belang om deze kernen in staat te blijven stellen de gemeenschap op een goede manier te blijven organiseren. Daarvoor is maatwerk nodig. Het generiek ontnemen van de kleine stukjes speelruimte qua bouwmogelijkheden is daarin onverstandig. Het is juist mooi dat de nieuwe gemeente in de toekomst, met haar nieuwe taken, met de inwoners van de kernen samen op zoek kan gaan naar verbinding tussen de sociale en fysieke opgaven. Die verbinding is essentieel. Randvoorwaardelijk.

Wij realiseren ons dat de oplossing ‘elk jaar een rij woningen bouwen’, wat je veel hoort op verjaardagen en in voetbalkantines, geen oplossing meer is. Het mag niet, kan niet en lost niets op. Vanuit hogere overheden wordt dit dan ook verboden.

Maar zoals gezegd: De civil society werkt op dorpsniveau. Dat moeten we zo zien te houden. Om dit voor elkaar te krijgen, liggen de oplossingen de komende jaren in de combinatie tussen het sociale en het fysieke domein. Het realiseren van woningen in ontbrekende typen, een zogenaamde kwalitatieve uitbreiding van het lokale bestand (startershuisvesting, betaalbare woningen voor jeugd, seniorenwoningen, zorgwoningen).

Met name in de kleinere kernen van Kaag en Braassem tref je een eenzijdig woningaanbod. Vaak 95{c258d5c61c03cc2cf4c8b79c2e7a602795b9ae44bc65b2c5ad60909f02c2a394} eengezinswoningen. Historisch zo gegroeid, vanuit de tijd dat er altijd meer vraag was naar meer woningen en woningen altijd duurder werden. Door groeiende dorpen konden voorzieningen, ondanks de gezinsverdunning, voldoende voorzieningen in de benen houden. De vraag naar woningen in de toekomst valt weg, dat is een gegeven. Maar de gemeenschapszin moet blijven. De basisvoorzieningen moeten voldoende draagvlak houden. Daarvoor is maatwerk nodig. Koppelen van de sociale opgaven met de fysieke mogelijkheden/uitdagingen.

Als voorbeeld: De politiek in Kaag en Braassem heeft, samen met de politiek in Zuid Holland, kort geleden succesvol gestreden voor de verruiming van de contour in Oud Ade. Daar heeft een groep senioren een groepswonen project (i.s.m. de woningcorporatie) opgestart. Een twintigtal senioren die met elkaar een locatie gaan bewonen, eventueel aangevuld met een groep jongeren die een stuk van de kavel zou gaan bebouwen. Keurig landschappelijk ingepast.

Het effect: 20 eensgezinswoningen (tot dan toe bezet door één of twee senioren) kunnen weer bewoond worden door jonge gezinnen. De senioren regelen hun eigen mantelzorg, dichtbij en in het eigen dorp (de lamme helpt de blinde). Deze ontwikkelingen zijn van essentieel belang om de basisvoorzieningen (die in aanbod en aantal volstrekt anders (beperkter) zijn dan 20 jaar geleden) als de basisschool, de ontmoetingsplaats en de sportvereniging in de benen te houden. Nodig voor de grotere bovenliggende sociale opgaven: zorg dichtbij, zorg voor elkaar. Een leefbare kleine kern.

Met deze generieke inperking ontneemt u in, bijvoorbeeld in onze kernen Hoogmade, Oud Ade en Rijnsaterwoude een aantal unieke maatregelen om maatwerk te kunnen organiseren om de grotere opgaven in relatie tot de eigen kracht te borgen.

Laat gemeenten zoals Kaag en Braassem de ruimte om, samen met de inwoners, maatwerk toe te passen. Leefbare kernen, elk uniek in zijn soort.

Een integrale benadering – fysiek/sociaal, landschappelijke kwaliteiten/ruimtebeslag en interactie tussen beleidsvelden en verschillende overheden – is dan noodzakelijk.

Wij zijn als gemeente Kaag en Braassem als geen ander in staat om met onze inwoners de nieuwe gemeentelijke rol goed te vervullen, als wij daartoe in staat worden gesteld.

Dus graag veel aandacht voor dit voornemen. Pas een maatwerk benadering toe en formuleer doelen (landschappelijke waarden, inperking woningbouwprogramma) in plaats van het toepassen  van deze kortzichtige onverstandige generieke maatregel. Geef gemeenten de ruimte om een invulling te geven aan jullie uitgangspunten. Er zijn andere wegen naar Rome. In de visie ‘Ruimte en Mobiliteit’ spreekt men over een doorvertaling die in overleg met de provincie gemaakt zou kunnen worden. Wij rekenen op de inzet van Provinciale Staten om deze maatwerk benadering toe te passen en hier specifiek voor te pleiten bij de behandeling van dit op handen zijnde beleid.”