Kaag en Braassem, 2 juli 2015- De Raad van State heeft 1 juli jl. een tussenuitspraak gedaan met betrekking tot de Oostvlietpolder. De gemeente Leiden heeft volgens de Raad van State ’niet voldoende verzekerd’ dat er een alternatief komt voor het geschrapte bedrijventerrein in de polder. De gemeente Leiden krijgt een half jaar de tijd om inzichtelijk te  maken dat de compensatie er ook echt komt. PRO wacht dit niet af en stelt vragen aan het college. 

Oostvlietpolder – Veenderveld 2
In 2004 legde Leiden legde in een bestemmingsplan vast, dat in de Oostvlietpolder een bedrijventerrein van 29 hectare zou komen. De provincie nam die bestemming over. Na een succesvolle strijd van de vereniging Vrienden van de Oostvlietpolder besloot de gemeente Leiden in juni 2013 de polder groen te houden. De provincie volgde opnieuw en besloot Veenderveld 2 in Roelofarendsveen als compensatie voor het bedrijventerrein Oostvlietpolder aan te wijzen. Het is nog onduidelijk of Veenderveld 2 er komt. PRO is tegen Veenderveld 2.

Geen Leids probleem oplossen
Wij verwachten dat de gemeente Leiden, de regio Holland Rijnland en de provincie Zuid-Holland de vraag over de compensatielocatie (opnieuw) bij onze gemeente zullen neerleggen. PRO Kaag en Braassem heeft op dit moment geen enkele behoefte om Veenderveld 2 te ontwikkelen enkel om een Leids probleem op te lossen. PRO is van mening dat eerst Drechthoek 2 moet worden ontwikkeld en de leegstand op de huidige bedrijventerreinen moet worden aangepakt.

PRO heeft daarom onderstaande vragen gesteld aan het college:

  1. Heeft u kennis genomen van de tussenuitspraak van de Raad van State inzake de Oostvlietpolder waarin wordt aangegeven dat de gemeente Leiden het besluit onvoldoende gemotiveerd heeft genomen omdat onvoldoende inzichtelijk is of de compensatielocatie (lees Veenderveld II) voldoende is verzekerd?
  2. Heeft het college hierover al vragen ontvangen van de gemeente Leiden, Holland Rijnland of de provincie Zuid-Holland?
  3. Heeft het college al een antwoord voorbereid op eventuele vragen van de gemeente Leiden, Holland Rijnland en/of de provincie Zuid-Holland?
  4. Is het college met ons van mening dat het raadsbrede akkoord hier al een duidelijk antwoord op geeft?