Kaag en Braassem, 10 oktober 2017 – In de raadsvergadering van maandag 9 oktober heeft de gemeenteraad een besluit genomen over vijf ruimtelijke keuzes die later dit jaar, in de structuurvisie, hun beslag krijgen. Mooi is dat de nieuwe structuurvisie meer ruimte bevat voor betaalbare woningbouw, maar tot onze teleurstelling lijken de ondernemers in de gemeente de grote verliezer in deze discussie te zijn geworden.

De gemeenteraad heeft onderstaande vijf strategische keuzes gemaakt:

1.    Veenderveld II (bedrijventerrein in Roelofarendsveen) niet te bestemmen als toekomstige ontwikkellocatie voor bedrijven en duurzaamheidsambities (bijvoorbeeld zonneparken en windmolens).
2.    Het regionaal verplichte percentage van 30 procent sociale huur- en koopwoningen bij nieuwbouwprojecten onder te verdelen in 25 procent sociale huurwoningen en 5 procent sociale koopwoningen.
3.    Duurzaamheidsambities om in de toekomst energieneutraal te zijn vereisen dat de gemeente actief aan de slag gaat met schone energiebronnen als windmolens en solarenergie. Die mogen in de eerste plaats aan de randen van bebouwing komen, maar desnoods ook in het open landschap. Recreatieambities mogen niet ten koste gaan van het open landschap.
4.    Aandacht voor natuur maakt aanduiding NatuurOntwikkelLocatie (NOL, een term die tot nu toe werd gebruikt in gemeentelijke beleidsstukken) niet nodig.
5.    In de Drechtzone (Leimuiden) mag alleen extensieve dagrecreatie plaatsvinden en is niet geschikt voor meer intensieve recreatie.

Discussie
Dat het wenselijk was om de structuurvisie (het toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen) te actualiseren, was al langer duidelijk, want de huidige structuurvisie verloor de aansluiting met de verander(en)de buiten- én binnenwereld. Een aantal onderwerpen riepen echter dermate veel discussie op dat de gemeenteraad deze zomer al besloot om een vijftal onderwerpen seperaat en voorafgaand aan de uiteindelijke structuurvisie te behandelen.

Recreatie
PRO was in deze discussie voorstander van om Veenderveld II te bestemmen tot mogelijk te ontwikkelen locatie voor bedrijven en duurzaamheid (windmolens, zonne-energie). Ook de ondernemers hadden aangegeven dit graag te willen. Ook was PRO voorstander van om enige vorm van recreatie toe te staan in de Drechtzone (zoals trekkershutten), terwijl de raad nu de keuze heeft gemaakt om hier uitsluitend dagrecreatie toe te staan. Ook in het overige open landschap krijgen recreatieondernemers in de toekomst, volgens het besluit van de raad, geen kans meer. Een teleurstellende uitkomst dus voor de ondernemers in onze gemeente, maar een meerderheid van de raad houdt vast aan “houden wat we hebben”.

Verstoppertje
PRO had, mede op basis van de uitkomsten van ons PROpinie-panel die we deze keuzes ook hadden voorgelegd, liever de vlucht naar voren genomen. Als je ziet dat toekomstige ontwikkelingen onherroepelijk op ons afkomen, dan kun je daar beter op inspelen. Wat nu gebeurt is dat de gemeenteraad de mond vol heeft van ambities over duurzaamheid en recreatie, maar dat het feitelijk onmogelijk wordt gemaakt om deze te halen. Dat is verstoppertje spelen.

Betaalbare woningen
Mooi is wel dat PRO het voor elkaar heeft gekregen om succes te boeken bij de sociale woningbouw. Onze gemeente kent een tekort aan sociale huur- en koopwoningen. Om die reden bestaat regionaal de afspraak om bij elke nieuwbouwontwikkeling 30 procent te bestemmen voor sociale huur- en koopwoningen. De raad heeft hiervan nu gezegd dat van die 30 procent, 25 procent is voor sociale huurwoningen en 5 procent voor koopwoningen. Naast een tekort aan sociale huur- en koopwoningen kent onze gemeente ook een tekort aan betaalbare woningen voor de zogenaamde tussen-wal-en-schip-groep (denk aan 1-persoonshuishoudens). Dit zijn de mensen met een inkomen boven de wettelijke grens om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning, maar te weinig verdienen voor een hypotheek.

Winst
Via een amendement dat de raad heeft aangenomen, heeft PRO het voor elkaar gekregen dat een ontwikkelaar de 5 procent sociale koopwoningen mag “inwisselen” voor 20 procent koopwoningen in het betaalbare segment (155.000 – 250.000 euro) voor de doelgroep die nu overal buiten valt. Dat is winst geweest in deze discussie.