Ruud van der Star zat drie jaar in de gemeenteraad van voormalig Alkemade, maar kwam bij de vorige verkiezingen op twee stemmen na niet met voorkeursstemmen in de raad. Dit jaar hoopt hij revanche te krijgen, ook al moet je volgens hem wel gek zijn om in de raad te willen.

Ruud: ‘Als je mij interviewt, moet het wel  over ‘lean’ gaan, anders is het geen goed stuk.’

Zeg, wie stelt hier eigenlijk de vragen en schrijft deze tekst?
‘Ja, ik weet het, maar het  hele principe van ‘lean’ speelt momenteel zo’n grote rol binnen ons bedrijf. Als projectleider in de bouw ben ik er dagelijks mee bezig. Iedere seconde van de dag. Leren en verbeteren. En dat geeft geweldig veel energie!’

Okay, kom maar op. Leg maar uit wat ‘lean’ is en wat de inwoners van Kaag en Braassem eraan hebben. Dan hebben we dat gehad en wel zonder wollig taalgebruik aub.
‘Het klinkt misschien een beetje wollig, maar in feite wil ‘lean’ zeggen: processen optimaliseren, verspilling elimineren en waarde creëren. Anders denken, anders doen. Toyota is een van de grondleggers van ‘lean’ en wist haar bedrijfsprocessen in een jaar 157 keer efficiënter te maken dan de concurrent. Stel jezelf eens voor, zoveel keer beter dan je concurrrent, dat levert wat op. Nu kan iedereen zich iets voorstellen bij een autofabriek die processen optimaliseert, maar het kan ook bij gemeenten. Het zou zelfs móeten bij gemeenten. Door de verwachtingen van inwoners centraal te stellen (klantwaarde), zijn inwoners veel tevredener over de dienstverlening. Je zet de wensen van inwoners centraal, bent helder over wat zij mogen verwachten van de gemeente en zorgt dat processen zo snel als mogelijk worden doorlopen.’

Klinkt een beetje als: ‘Minder regels, minder ambtenaren’?
‘Hoho, ik ben geen VVD-er! Dit willen we allemaal, maar is er wel erg simpel gesteld. Processen optimaliseren, verwachtingen van mensen centraal stellen, dat betekent maatwerk kunnen leveren op de snelst mogelijke manier. Dat kan wel tien jaar duren en gaat in stapjes. Maar het is wel nodig, want gemeenten werken veel te veel vanuit gestandaardiseerde wetten en regels, terwijl het uiteindelijk altijd om maatwerk gaat voor inwoners. En ik verzeker je, het wordt uiteindelijk ook leuker en uitdagender voor de ambtenaar.’

En dat is dus wat jij wilt bereiken in de komende vier jaar?
‘Het is een onderdeel van ‘moderniseren en vernieuwen’ waar PRO haar missie van heeft gemaakt en waar ik heilig in geloof. Het is nodig om van de overheid een moderne overheid te maken, want de overheid in zijn huidige vorm kraakt en barst. Mensen hebben weinig vertrouwen in de overheid, terwijl diezelfde overheid in de komende jaren een cruciale rol gaat spelen voor met name de meest kwetsbaren in de samenleving. Dat het vertrouwen in de overheid terug moet komen is daarom evident. Inwoners en gemeente moeten samen de uitdagingen van de toekomst aan.’

Als dit jouw drijfveer is, waarom twijfel je dan over een simpele vraag als: waarom wil je in de raad?
‘Ik heb mezelf voor gek verklaard dat ik het nog een keer wil. De drie jaar dat ik in de raad zat, waren de langste jaren in mijn leven. Toch merk ik dat ik, ook al ben ik al vijf jaar geen raadslid meer, nog steeds wordt aangesproken als ‘vertegenwoordiger van de gemeente’. En nog altijd probeer ik – elke keer weer – uit te leggen dat zaken niet zo simpel zijn als ze lijken. Als je dan toch altijd bezig bent om ‘de gemeente’ te verdedigen, kun je maar beter in die raad gaan zitten en ook proberen om daadwerkelijk verbeteringen tot stand te brengen.’

Dat klinkt nogal negatief?
‘Ik heb dan ook heel sterk het beeld voor ogen van een aantal jaren geleden toen we eindeloos vergaderden, soms wel vier keer in de week, honderden pagina’s aan stukken doorworstelden en bijna nooit thuis waren. Dat moet beter kunnen en dat is ook echt de missie van PRO, maar ik realiseer me wel dat dat – zoals ik net al schetste – het een proces is dat niet van de één op de andere dag wordt bereikt. Het kost tijd, maar ik heb echt zin om daar samen met PRO mijn tanden in te zetten.’

En wat doe jij om je te ontspannen?
‘Ik ga vier keer in de week naar de sportschool, wielren, voetbal, golf op zijn tijd en heb samen met zestien man een beleggersclubje, Toepsakwai’

Dat is nogal veel?
‘Kwestie van processen optimaliseren haha! Alleen mijn zoon Tijn is nog niet echt te sturen daarin, dus daar moet ik mij op aanpassen, maar dat is uiteraard geen probleem.’